Nieuw artikel ‘hulp bij ontruiming bij brand’ leidt niet tot grote veranderingen

Met het nieuwe artikel 7.11a is de hulpverlening bij brand geregeld in het Bouwbesluit 2012. De hulpverlening bij brand voor werknemers is geregeld op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. Maar hoe toetst men bij toezicht of er wordt voldaan aan dit artikel?

Voorgeschiedenis
Werkgevers zijn op basis van de Arbo-wet verantwoordelijk voor de veiligheid van werknemers. Werkgevers zijn dan ook op basis van artikel 15 van de Arbo-wet verplicht te zorgen voor deskundige bijstand door middel van het oprichten van een Bedrijfshulpverleningsorganisatie (BHV).

De taken van de BHV organisatie betreffen:
• het verlenen van eerste hulp bij ongevallen;
• het beperken en bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van ongevallen;
• het alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het bedrijf.

In de Arbo-wet is sinds 1 januari 2007 de getalsnorm van minimaal één BHV’er op vijftig werknemers verdwenen. BHV is dus altijd maatwerk. Het aantal benodigde BHV’ers hangt samen met aard en grootte van de activiteiten, de ligging van het bedrijf en de aanwezige werknemers. Aan de hand van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) wordt bepaald hoe vorm wordt gegeven aan de BHV organisatie.

De maatgevende factoren
• Algemene en specifieke restrisico’s
Naast de algemene restrisico’s op brand en ongevallen kunnen in een bedrijf specifieke restrisico’s aanwezig zijn, bijvoorbeeld vanwege het werken met machines, gereedschappen en voertuigen (zoals heftrucks), gevaarlijke stoffen, biologische agentia of vanwege mogelijke agressie en geweld van klanten.
• Het aantal aanwezigen
De eigen werknemers en werknemers van andere werkgevers. Het is gebruikelijk dat bij het inrichten van een BHV organisatie ook rekening wordt gehouden met aanwezige bezoekers, zoals klanten, patiënten en scholieren. Dit laatste was echter tot op heden niet eenduidig vastgelegd.
• De mate van zelfredzaamheid
Als er personen aanwezig zijn die zichzelf bij een incident moeilijk kunnen redden, heeft dat gevolgen voor het aantal BHV’ers dat nodig is. Denk hierbij aan bedgebonden patiënten, , gevangenen, minder-validen, kleine kinderen of personen met een verstandelijke beperking.
• Beschikbaarheid en opkomsttijd van de professionele hulpverleningsdiensten
Met name in gebouwen waar uit moet worden gegaan van een lange opkomsttijd van de hulpverleningsdiensten is de Interne (BHV) organisatie in veel gevallen geheel op zichzelf aangewezen.
• De aard, grootte en complexiteit van het gebouw
Het spreekt voor zich dat in een groot en complex gebouw de risico’s al snel groter worden. Hierbij is het vooral belangrijk in het achterhoofd te houden dat in gebouwen welke voldoen aan de voorschriften van het Bouwbesluit nog steeds risicovolle situaties kunnen ontstaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gebouwen met een relatief hoge vuurbelasting, de aanwezigheid van niet zelfredzame personen in combinatie met niet voor de hand liggende vluchtroutes.
• Externe risico’s
Situaties in de omgeving waarbij externe incidenten een risico kunnen vormen voor het eigen bedrijf. Bijvoorbeeld vervoer of opslag van gevaarlijke stoffen.

Bouwbesluit Artikel 7.11a : Hulp bij ontruiming bij brand
Omdat de Arbo-wet formeel enkel de voorschriften bevat inzake hulpverlening en andere aanwezige personen die in verband met arbeid aanwezig zijn is met dit nieuwe artikel de hulpverlening bij brand voor bijvoorbeeld bezoekers, patiënten en gedetineerden voorgeschreven:

1. In een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, in een bouwwerk met een vergunning voor brandveilig gebruik en in een bouwwerk waarvoor een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 1.18 is gedaan zijn voldoende personen aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een woonfunctie voor zorg met zorg op afspraak of met zorg op afroep, als bedoeld in bijlage I.

Dit nieuwe artikel zal in veel gevallen niet leiden tot grote veranderingen. Er mag van worden uitgegaan dat met een organisatie van bedrijfshulpverlening die voldoet aan de eisen op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en tevens rekening houdt met de ontruiming van niet-werknemers, zoals publiek en patiënten, wordt voldaan aan het eerste lid.

Het nieuwe artikel 7.11a zal voor de meeste bouwwerken dan ook niet tot feitelijke veranderingen in de hulpverlening bij brand leiden. Voor bouwwerken waarin sprake is van vrijwilligers (bijvoorbeeld verenigingsgebouwen) leidt het nieuwe artikel 7.11a wel tot een verandering. Hier zal men namelijk voldoende personen moeten hebben aangewezen die helpen bij ontruimen bij brand. Opgemerkt wordt dat dit praktisch kan worden ingevuld, rekening houdend met het daadwerkelijk gebruik van het bouwwerk en de redzaamheid van de personen die daar normaliter aanwezig zijn.